Chanoeka

vanaf 24 kislev ‘s avonds t/m 3 tewet

Op Chanoeka herdenken wij de wonderbaarlijke overwinning van de Maccabeeën over de Syrische legers. Toen het joodse volk de Tempel in Jeruzalem heroverde, vond men een klein kruikje, waarin net genoeg olie zat om de zevenarmige Tempelmenora één dag te laten branden. Maar op wonderbaarlijke wijze bleef de menora acht dagen lang branden. Om dit wonder èn het wonder van de militaire overwinning van weinigen op velen te herdenken steken wij acht dagen lang de menora aan en eten wij traditionele gerechten zoals latkes en soefĝaniejot, in olie gebakken aardappel- en meelkoekjes. Wij steken de menora ‘s avonds aan, wanneer het licht ervan het meest zichtbaar is (behalve op vrijdag, 3 december, dan steken wij de lichten vóór sjabbat-zonsondergang aan). De menora wordt bij de deuropening of voor het raam gezet, zodat voorbijgangers het licht van menora kunnen zien. Dit heerlijke feest van licht is een echt familiefeest. Om de kinderen hier nog meer bij te betrekken krijgen zij Chanoeka-geld en/of cadeautjes. Op de eerste avond Chanoeka, woensdagavond 1 december, steken wij één lichtje van de menora aan; elke avond daarna steeds één meer totdat alle acht lichtjes branden. De kaarsjes worden van rechts naar links in de menora geplaatst en van links naar rechts aangestoken; te beginnen dus met de nieuwe kaars.Wij gebruiken olijfolie of kaarsen. Er moet voldoende olie zijn of de kaarsen moeten lang genoeg zijn om tot een half uur na het vallen van de nacht te branden. Wij gebruiken een sjammasj, een hulpkaars, om de lichtjes aan te steken; de sjammasj wordt in een speciale houder op of bij de menora geplaatst. Na het aansteken van de lichtjes wordt het gebed Haneerot Halaloe gezegd en het prachtige lied Ma’oz Tsoer gezongen.

 

Comments are closed.