Van onze Rabbijnen, deze week Rabbijn Katz

Parsjat Chaje Sara, eeuwig licht.

Deze sjabbat lezen we over het licht dat uitging. Sara’s kaarsen brandden namelijk van de ene vrijdagavond tot de volgende vrijdagavond. Dat ging door zolang ze leefde. Toen ze stierf hield dat op. Pas toen Rivka trouwde met Jitschak kwam dat wonder weer terug.  Sara’s tent was dus een tent vol met licht. Zo leeft ons Rasji in zijn verklaring op de parsja.

Sara’s tent was dus heel bijzonder. Wat was de basis daarvoor? Dat hebben we twee weken geleden gelezen. Toen lazen we dat Awraham Awienoe Sara’s tent opzette voor hij zijn eigen tent opzette. Awraham Awienoe  gaf zijn eigen echtgenote meer kavod dan hij zichzelf gaf. Ook dat wordt ons geleerd door Rasji. Die kaarsen die de hele week doorbrandden deden dat niet zomaar. Daar waar de eigenwaarde en spiritualiteit van een vrouw worden gevoed door haar man, daar is licht, daar is levensvreugde, daar is om het zo te zeggen a little touch of heaven.

In feite is dat de symboliek van de sjabbeskaarsen. Het is de bedoeling dat de joed  dat is het spirituele van de man, op gaat in het materiële wat de vrouw inbrengt. Als dat in harmonie geschiedt is er sjechiena in het huis en het gezin.

We nemen afscheid van Sara. Zij is de allereerste van de aartsvaders en de aartsmoeders die begraven wordt in de me-arat hamachpela in Chewron.  Machpela komt van het Iwrit woordje kafoel dat dubbel betekent.  Het is namelijk een huis met daarop nog een verdieping. Rabbi Mordechai Miller ztl. uit Gateshead gaat hier dieper op in. Hij zegt dat de me-arat hamachpela een verbinding is tussen het hemelse en het aardse. Beide entiteiten vloeien daar als het ware in elkaar over.

Heeft dit ook iets te maken met Sara? Ja ik denk van wel. Sara’s leven was twee ledig. Zij verbond op een unieke manier het fysieke en het spirituele. Dat kwam tot een climax in haar sjabbeskaarsen. Sjabbat, ook weer een verbinding tussen het aardse en het spirituele ging daar altijd door.

Mar er valt nog iets over te zeggen. Toen Sara in de  me-arat hamachpela kwam, lag daar volgens de overlevering al een echtpaar. Adam en Eva lagen daar namelijk al. Over Eva wordt gezegd dat zij het licht in deze aarde heeft gedoofd. Hoezo? Door haar is die intense spiritualiteit die haar en Adam eens ten deel hadden gevallen bijna geheel verdwenen.  Met één awera, met één zonde (met de verboden vrucht) is dat alles vervlogen. Dan komt Sara, Sara die het gehele leven heeft geleefd, vervuld van trouw. Haar leven was daarmee als een tikoen voor Chawa. Zij brengt dan ook daar het licht naar binnen. Zij bevestigt de dualiteit van het leven en daarmee ook haar laatste rustplaats die uiteindelijk een reflectie is van het leven hier op aarde.

Oorspronkelijk heette Eva/Chawa: Chaja met een joed.  Na de zonde in het gan eden werd het Chawa, want zo zegt de Tora zij is de moeder van alles wat leeft. Zij raakt een joed kwijt en daarvoor in de plaats komt een waw.

Sara heette eerst Sarai. Ook daar gaat de joed weg, het wordt Sara. Maar er komt echter geen waw maar een hee voor in de plaats. Zij is daarmee geworden tot Sara een Sar, een vorst, een vorst over alles en iedereen. Eva schonk leven aan alles en iedereen. Sara wijst naar de verhevenheid  van het op geestelijk gebied  vorstin zijn over anderen.

Dat is de essentie van ons leven. Leven (Chawa) als een vorst (Sara) over en met jezelf. Dat is de essentie van de mens die licht brengt.

Zij is ook de tegenhanger van Chawa. Daar waar bij de een het licht uitging  doet de ander het licht aangaan. Haar licht gaat dus ergens terug naar het begin van de schepping en reikt ook tot aan het einde der tijden. Dat is misschien de uitleg van wat de geleerden zeggen dat het sjabbes kaarsje bij Sara brandde van sjabbat tot sjabbat. Haar licht gaat terug naar de vooravond van de allereerste sjabbat toen Chawa het licht doofde en het gaat door met branden tot eens die hele grote sjabbat zal arriveren.

Rabbijn Shmuel Katz

 

Comments are closed.